Gepubliceerd op 8 juni 2005

Opbouw bachelor

De bachelor Slavische talen en culturen duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters van elk ongeveer 20 weken en omvat 60 studiepunten. Het eerste semester loopt van begin september tot eind januari, het tweede semester eindigt in juni.

De bachelor is zo ingericht dat je in principe 40 uur per week met je studie bezig bent. In je eerste jaar volg je wekelijks 12 tot 15 uur college, in het tweede en derde jaar gemiddeld 8 tot 10 uur.

Onderwijsvormen

Tijdens een semester volg je verschillende vakken van 5, 10 of 15 studiepunten. Je krijgt onderwijs in de vorm van hoorcolleges en werkgroepen.

  • Bij hoorcolleges licht de docent een onderwerp nader toe, waarbij toepasselijke literatuur in de vorm van syllabi en/of artikelen wordt aangeboden.
  • Tijdens werkcolleges neem je onder leiding van een docent samen met een kleine groep medestudenten thuis voorbereide stof en daarmee samenhangende problemen door. Je schrijft werkstukken en houdt referaten.
  • In de mediatheek werk je aan je uitspraak en grammatica. Je kunt er naar banden luisteren of films bekijken.
  • Sommige vakken maken gebruik van de digitale leeromgeving Blackboard, waar je informatie vindt over de colleges en de lesstof.

Verspreid over de onderwijsperiode en in de examenperiode van een vak krijg je verschillende toetsen; minimaal twee toetsen per 5 punten. De toetsen kunnen bestaan uit bijvoorbeeld een schriftelijk of mondeling tentamen, een presentatie, een werkstuk of referaat. De resultaten van de toetsen vormen samen het eindcijfer van een vak.

Het eerste jaar

In het eerste studiejaar, de propedeuse, oriënteer je je op het vakgebied.

  • Je besteedt veel tijd aan de taalverwerving en literatuur van je hoofdtaal: het Russisch, Pools, Servisch/Kroatisch of Tsjechisch. In de mediatheek oefen je bijvoorbeeld zelfstandig met geluids- en beeldmateriaal.
  • De vakken Inleiding taalwetenschap en Inleiding literatuurwetenschap maken je bekend met algemene taalkundige en literaire benaderingen. Ook volg je vakken in de Slavische taalkunde, letterkunde en cultuurkunde, en in die van je hoofdtaal.
  • In de vakken Academisch schrijven en Onderzoeksvaardigheden leer je argumenteren, onderzoek doen en de resultaten ervan presenteren.

Als je alle onderdelen hebt afgerond, ontvang je het propedeusediploma.

Het tweede en derde jaar

In het tweede en derde studiejaar ga je verder met vakken op het gebied van taalverwerving, letterkunde en taalkunde.

  • Bij taalverwerving ligt het accent op de actieve taalbeheersing (spreken en schrijven).
  • Bij de andere vakken komen zowel de historische als de moderne taal- en letterkunde aan bod. Dit helpt je de culturele en literaire tradities van het land in een bredere context te plaatsen.
  • Daarnaast kies je een minor en een keuzevak. Ook volg je een vak Wetenschapsfilosofie.
  • Je sluit je bachelor af met een scriptie of stageverslag. Studenten die hun scriptie willen uitbreiden tot 20 punten kunnen het keuzevak laten vallen.

Als je je bachelor hebt afgerond,  ontvang je het bachelordiploma en de titel Bachelor of Arts (BA).

Minor en keuzeruimte

Door de minor en de keuzeruimte kun je je studie naar eigen inzicht invullen.

  • De minor (30 studiepunten) is een samenhangend onderwijsprogramma dat je buiten je eigen studie(richting) volgt. Studenten Slavische talen en culturen wordt aangeraden de minor in te vullen met drie vakken taalverwerving van een andere Slavische taal. Heb je Pools, Tsjechisch of Servisch/Kroatisch als hoofdtaal, dan bestaat je minor bij voorkeur uit drie vakken Russische taalverwerving op propedeuseniveau. Als Russisch je hoofdtaal is, dan volg je je minor bij voorkeur bij een van de drie andere talen. In principe blijft het echter mogelijk om een minor buiten je opleiding te volgen.
  • Naast je minor heb je nog 10 studiepunten keuzeruimte die je vrij kunt invullen. Dat betekent dat je je kennis kunt verbreden of verdiepen met vakken binnen of buiten je opleiding.

Verwijzingen

Minoraanbod

Stage lopen

Tijdens een stage doe je werkervaring op en krijg je een indruk van de mogelijkheden binnen een organisatie, en van wat voor werk bij jou past. Een stage, een verblijf in het buitenland en alle ervaring die je tijdens relevante (bij)banen, bestuursfuncties of vrijwilligerswerk opdoet, zijn een verrijking voor je studietijd én je curriculum vitae (cv). Als student Slavische talen en culturen kun je bijvoorbeeld stage lopen bij een ambassade of een organisatie in het buitenland.

Internationaal studeren

Om je de taal en cultuur eigen te maken, is het aan te raden een deel van je studie in het land van je hoofdtaal te volgen. De Universiteit van Amsterdam neemt deel aan diverse uitwisselingsprogramma’s en de opleiding Slavische talen en culturen zelf heeft samenwerkingsovereenkomsten met universiteiten in Rusland, Polen, Tsjechië en Kroatië. Zo kunnen studenten Russisch in het tweede studiejaar kiezen voor een studieverblijf van twee maanden aan de Universiteit van St. Petersburg. Ook in de andere landen kun je een periode studeren en/of er je scriptie schrijven. Bovendien kun je in de meeste landen een zomercursus volgen, waarin veel aandacht wordt besteed aan taal, cultuur en geschiedenis. Een zomercursus duurt drie tot vier weken en biedt een goede gelegenheid het land, zijn cultuur en inwoners beter te leren kennen.

Studenten uit het buitenland volgen op hun beurt colleges bij de UvA. Je maakt, zeker als je na de bachelor doorgaat met een (Engelstalige) master, soms dus deel uit van een international classroom.

Honoursprogramma

De Universiteit van Amsterdam biedt met het honoursprogramma uitdagend onderwijs voor wie meer wil en kan dan het reguliere studieprogramma vraagt. Als je je propedeuse in één jaar afrondt met gemiddeld een 7 of hoger, dan kun je na selectie worden toegelaten tot het honoursprogramma in het tweede en derde jaar van je bacheloropleiding. Het programma bestaat uit aanvullende vakken met een extra studielast van minimaal een halfjaar (30 studiepunten).

Verwijzingen

Honoursprogramma
Bron: bureau Communicatie