Gezocht: medewerker die op ons lijkt

Onderzoek naar cultureel kapitaal als doorslaggevende factor in sollicitatieprocedures

6 september 2017

Wie de beste “papieren” en kwalificaties heeft, krijgt de baan. Denken we. Toch spelen er op de achtergrond allerlei verborgen factoren mee, en blijkt er nog altijd sprake van een klassenongelijkheid.  Cultureel socioloog Kobe De Keere denkt dat cultureel kapitaal hierin een belangrijke rol speelt. Hij ontving een Veni voor zijn onderzoek hiernaar.

Het concept cultureel kapitaal is bedacht door de Franse socioloog Pierre Bourdieu, die onderscheid maakte tussen verschillende soorten kapitaal die mensen nodig hebben om macht en invloed te verwerven. Cultureel kapitaal is het geheel van kennis, cognitieve vaardigheden en opleiding van een persoon waarmee deze sociale privileges kan verwerven of behouden.

Opera of André Hazes

De Keere: ‘Je kunt hierbij denken aan muzieksmaak – houd je van opera of van André Hazes? Dat doet er niet toe bij veel functies – de financiële afdeling van een museum bijvoorbeeld – maar toch spelen dit soort zaken mee in de selectie van mensen. Althans, andere onderzoeken lijken zeker in die richting te wijzen. Mensen die in staat zijn om op de juiste momenten de juiste culturele symbolen uit te zenden, komen gemakkelijker aan een baan. Opvallend daarbij is, dat dit fenomeen juist in de open minded geachte culturele sector vaker voorkomt dan in bijvoorbeeld de financiële sector. Juist in de eerste sector, zo blijkt uit eerder onderzoek, zijn mensen eerder geneigd om iemand te zoeken die op hen lijkt – iemand uit dezelfde sociale klasse.’

Cultureel kapitaal als black box

‘Recruiters en managers, als het ware de poortwachters van instellingen en bedrijven, zeggen (en denken) dat ze mensen puur op vaardigheden selecteren, maar in de praktijk doen ze iets anders. De rol hierin van cultureel kapitaal is een black box; we weten niet precies wat er gebeurt.’ Om dat te onderzoeken, praat De Keere met recruiters en onderzoekt hij de handleidingen en trainingen waarvan zij gebruikmaken. Ook houdt hij diepte-interviews met recruiters. Daarnaast analyseert hij 80 sollicitatiegesprekken aan de hand van video-opnames, en laat hij zowel de sollicitant als de representant van het werving- en selectiebureau een korte vragenlijst invullen met als onderwerp culturele opvoeding. ‘Op basis hiervan hoop ik te onderzoeken in welke mate cultureel kapitaal een rol speelt bij sollicitaties en hoe en op welke momenten mensen hun cultureel kapitaal inzetten.’

Klassenplafond doorbreken

De Keeres onderzoek kan helpen om de ongelijkheid op de arbeidsmarkt te verminderen, denkt hij. ‘Uit onderzoek is gebleken dat bepaalde groepen mensen lastiger aan een baan komen, ook als zij exact dezelfde kwalificaties hebben. De werkvloer blijft daardoor minder divers dan we zouden willen. Het is mijn hypothese dat dit probleem wordt veroorzaakt door cultureel kapitaal. Als we daar de vinger achter kunnen krijgen, kunnen we richtlijnen maken voor recruiters en beleidsmakers. Op deze manier maken we de arbeidsmarkt toegankelijker en de werkvloer diverser. Niet alleen op het gebeid van etniciteit, geslacht en leeftijd, maar het onderzoek kan mogelijk ook helpen het zogeheten klassenplafond te doorbreken.’

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen